Veel ouders zien het gebeuren aan de keukentafel: hun kind leest een tekst, pakt een potlood en begint ijverig woorden te onderstrepen. Alles wat belangrijk lijkt, krijgt een kleur of een streep. Daarna volgen antwoorden op de vragen en toch zijn de antwoorden vaak onvolledig of onjuist. Dat voelt tegenstrijdig. Het kind heeft toch “alles goed aangepakt”?
In groep 7 krijgen kinderen veel leesstrategieën aangeleerd. Ze leren signaalwoorden herkennen, sleutelzinnen markeren en vaste stappen volgen. Deze manier van werken komt vooral bij close reading voor (close reading is een speciale aanpak voor begrijpend lezen). Deze strategieën zijn bedoeld om houvast te geven, maar werken in de praktijk lang niet altijd zoals gehoopt. Voor veel kinderen worden het trucjes die losstaan van écht begrip.
In dit artikel lees je waarom traditionele leesstrategieën vaak tekortschieten, wat er dan misgaat in het hoofd van het kind en hoe begrijpend lezen wél verdiept kan worden, ook thuis, zonder ingewikkelde methodes.
Leesstrategieën zijn oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddelen om denkprocessen zichtbaar te maken. Ze moeten kinderen helpen om:
aandachtig te lezen
structuur in een tekst te ontdekken
verbanden te leggen
te begrijpen wat belangrijk is
Maar in de praktijk verschuift de focus vaak van denken naar doen. Kinderen leren wát ze moeten markeren, maar niet waarom.
Wanneer strategieën losgezongen raken van betekenis, verliezen ze hun kracht en heeft het weinig zin ze nog te gebruiken.
Aanstreepcodes (zoals in close reading aan bod kan komen) zijn overzichtelijk en makkelijk toe te passen. Maar ze brengen ook risico’s met zich mee.
Veel kinderen:
strepen bijna alles aan
strepen op gevoel in plaats van begrip
denken dat markeren gelijkstaat aan begrijpen
raken het overzicht kwijt door te veel kleur
Voorbeeld:
Een kind onderstreept alle jaartallen en namen in een geschiedenistekst. Op de vraag waar de tekst eigenlijk over gaat, antwoordt het: “Over allemaal dingen die vroeger zijn gebeurd.”
Het kind heeft inderdaad goed gewerkt en zijn taak uitgevoerd, maar niet zelf nagedacht. Op die manier slaat het markeren de plank toch goed mis.
Signaalwoorden zoals omdat, daarom, bijvoorbeeld en ten slotte zijn bedoeld om structuur zichtbaar te maken. In theorie helpen ze bij het begrijpen van verbanden. In de praktijk zien veel kinderen ze als zoekopdrachten.
Wat vaak gebeurt:
kinderen zoeken eerst de signaalwoorden
lezen de zinnen eromheen oppervlakkig
proberen daar het antwoord uit te halen
missen het grotere verband
Voorbeeld:
Bij een tekst staat de vraag: “Waarom gebeurde dit?”
Het kind zoekt omdat in de tekst, kopieert de zin erachter en denkt dat het antwoord compleet is, zonder te begrijpen wat de oorzaak werkelijk betekent binnen het geheel van de tekst.
In groep 7 willen kinderen het graag “goed doen”. Ze hebben geleerd dat begrijpend lezen een vak is met regels. Daardoor gaan ze zich richten op de zichtbare stappen:
eerst onderstrepen
dan de vraag lezen
dan zoeken in de tekst
Maar begrijpend lezen werkt anders. Het begint niet bij de vraag, maar bij de tekst. En het draait niet om vinden, maar om begrijpen.
Wanneer strategieën te mechanisch worden aangeboden, ontstaat er schijnbegrip. Het kind lijkt actief bezig, maar het denkproces blijft oppervlakkig.
Twee kinderen lezen dezelfde tekst over bijen.
Kind A
markeert alle signaalwoorden
onderstreept veel zinnen
kan losse feitjes noemen
Kind B
onderstreept nauwelijks
leest rustig
kan uitleggen waarom bijen belangrijk zijn en wat er gebeurt als ze verdwijnen
Kind B gebruikt misschien minder zichtbare strategieën, maar begrijpt de tekst beter.
Dit laat zien: strategieën zijn geen doel op zich.
Echt begrijpend lezen draait om actieve betekenisverlening. Dat betekent dat kinderen leren om tijdens het lezen voortdurend vragen te stellen aan de tekst.
Goede leesstrategieën helpen daarbij, maar alleen als ze gekoppeld zijn aan denken.
Voorbeelden van denkgerichte strategieën:
voorspellen: wat verwacht ik dat deze tekst gaat uitleggen?
verbinden: wat weet ik hier al van?
controleren: klopt mijn beeld nog na deze alinea?
samenvatten in eigen woorden
reflecteren: wat is de boodschap van de schrijver?
Deze strategieën zijn minder zichtbaar dan kleuren en strepen, maar veel krachtiger.
Je hoeft geen leesmethode te kennen om je kind te helpen.
In plaats van: “Heb je alles onderstreept?”
kun je vragen: “Wat vond je belangrijk in deze tekst, en waarom?”
Als een kind iets kan uitleggen zonder naar de tekst te kijken, is de kans groot dat het het begrijpt.
Niet elk kind heeft baat bij markeren. Begrip zit niet in het papier, maar in het hoofd.
Als een antwoord niet klopt, vraag dan: “Hoe kwam je tot dit antwoord?”
Dat levert meer inzicht op dan opnieuw laten zoeken.
Scholen blijven leesstrategieën gebruiken, en dat is logisch. Ze bieden structuur en een gemeenschappelijke taal. Het probleem ontstaat pas wanneer die strategieën het denken vervangen in plaats van ondersteunen.
Thuis kun je helpen door het gesprek te verleggen van hoe naar waarom. Dat versterkt het begrip, ook voor schoolse teksten.
Leesstrategieën zijn geen wondermiddel. Aanstreepcodes en signaalwoorden kunnen helpen, maar alleen als ze verbonden zijn met actief denken. Wanneer strategieën veranderen in trucjes, verliezen ze hun waarde en ontstaat er schijnbegrip.
Voor kinderen in groep 7 is het belangrijk dat ze leren dat begrijpend lezen geen stappenplan is, maar een denkproces. Door thuis de focus te leggen op betekenis, uitleg en reflectie, help je je kind om verder te kijken dan strepen en kleuren en daarmee écht te begrijpen wat het leest.